Herinneringseducatie

November is de maand van overpeinzing i.v.m. de twee wereldoorlogen waar ons klein "Belgenlandje" in verzeild is geraakt.  Om aan herinneringseducatie te doen kwam de schrijfster Patricia De Landtsheer naar de leerlingen van de derde graad om haar boek "bewaar altijd een stukje brood" te bespreken.  Normaliter was Dov (hoofdpersonage), ook aanwezig doch door de ziekte van zijn echtgenote was hij er niet bij.  Het 6de leerjaar deze week een uiteenzetting over "de groote oorlog" = 1ste wereldoorlog.  Ook zal het 6de leerjaar naar het concentratiekamp van Breendonk gaan.  Als gids zullen we iemand hebben die het kamp heeft overleefd, wiens bed daar nog staat, wiens kledij daar nog hangt, ... 

 

 

De korte inhoud van het boek:

Op 6 juni 1944, toen in Normandië de invasie begon en drie maanden later België bevrijd zou worden, barstte voor de Hongaarse joodse jongen Dov Nasch de hel van de Tweede Wereldoorlog los. Samen met zijn moeder, zijn 3 zussen en zijn jongste broertje Emil werd hij op zondag 11 juni vanuit zijn geboorteplaats Nové-Zamky gedeporteerd naar het vernietigingskamp Auschwitz. Na een treinreis van 6 dagen met bijna geen eten en drinken kwam hij aan bij het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Vrijwel na de aankomst werd Dov gescheiden van moeder en zijn broertjes en zusjes. Het was er vreselijk. Dagelijks hoorde je dat er mensen zich in de prikkeldraad wierpen, die onder stroom stond. Ze werden ook wekelijks geschoren en dat veroorzaakte snijwonden. Door het weinige eten dat hij kreeg was hij erg verzwakt en vermagerd. Om deze reden had Dr. Mengele hem viermaal geselecteerd voor de gaskamer, wonder boven wonder wist hij uit Auschwitz te ontsnappen. Er werden 100 joden naar een werkkamp gestuurd en Dov kon mee.  Het was een wonder dat Dr. Mengele hem er niet tussenuit had gehaald. Hij werd dus met een vrachtwagen naar het werkkamp Gleiwitz ll gebracht. Daar moest hij heel hard werken en kreeg bijna niks te eten, maar de gedachte dat het geen vernietigingskamp was deed hem goed. Maar vanuit Gleiwitz ll werden ze geëvacueerd naar Flossenburg omdat het Russische leger steeds dichterbij kwam. Tijdens de deportatie met de trein naar Flossenburg komt Benny, zijn vriend, om van de kou. Ook werd de trein beschoten door een Engelse Spitfire. Na lang wachten op reparatie van de locomotief konden ze verder. Onderweg naar Flossenburg hing er een grimmige sfeer: gebombardeerde steden en ook de mist speelde een grote rol. Aangekomen was het grauw weer. Het kamp was een grote ramp. Het was vies, grauw, eng en er hing een gespannen sfeer. Ook de bewaking was strenger dan in de andere kampen. In de blockälteste, dat waren de houten blokken, waar de gevangenen in sliepen waren geen bedden. Naar mate de tijd voorbij ging kwam het Russische leger dichterbij en moesten ze weer naar een ander kamp Dachau.
Een jaar later nadat ze werden gedeporteerd naar Auschwitz, op weg van Flossenburg naar Dachau, was opeens de bewaking weg. Ze wisten niet precies wat ze moesten doen. Een groep wilde in de bossen blijven en de andere groep ging naar een dorpje genaamd Stamsried. Dov ging mee naar het dorpje. Later bleek dat hij toevallig door het Amerikaanse leger bevrijd was. Toen pas zou hij beseffen wat de Naziterreur had aangericht: de helft van zijn familie was uitgeroeid.